Nekklachten:
Nekklachten, vooral in de vorm van nekpijn, komen vaak voor. Nekpijn
staat, na hoofdpijn en lage rugpijn, op de derde plaats van de pijnklachten
bij volwassenen. De psychische verschijnselen die met deze ziektetoestand
samengaan, worden nogal eens gekenmerkt door neerslachtigheid en moedeloosheid;
hoofdpijn en slapeloosheid zijn veel voorkomende metgezellen.
Bij lichamelijk onderzoek vindt de arts vaak aanwijzingen in die zin
dat alle bewegingen van het nekgedeelte van de wervelkolom moeite kosten
en pijn doen. Anderzijds maakt de soms wat sombere patiënt geen
erg zieke indruk. Het voorzichtig betasten van de huid en de nekspieren
en het uitoefenen van druk op het onderhuidse weefsel veroorzaken meestal
pijnklachten.
Er kan een verhoogde spanning in één of meerdere spiergroepen
bestaan, maar echte verhardingen ontbreken vaak in de spieren. Wel worden
soms in de spier plekken gevonden die anders aanvoelen; men zegt dan
dat ze wat rubberachtig aandoen.
Deze gebieden zijn vaag begrensd en variëren in omvang van amandel-
tot mandarijngroot. Bij onderzoek van deze gebieden, nadat men met een
naald een minuscuul stukje spierweefsel heeft weggenomen, worden nooit
verschijnselen van een ontsteking gevonden.
Dat alledaagse situaties een rol kunnen spelen bij het ontstaan van nekklachten,
blijkt uit het volgende. Vrouwen die veel breien hebben nogal eens nekklachten,
wat verband schijnt te houden met de houding en de manier waarop men
breit. Vrouwen in ons land houden er waarschijnlijk een verkeerde breimethode
op na.
Buitenlandse vrouwen hebben een “open” breitechniek, met
naar buiten gekeerde armen en pinken.
Bij de breimethode die in ons land wordt gebruikt, is de houding meestal “gesloten”.
Dat wil zeggen met de pennen onder de ellebogen geklemd en, al naar gelang
van het tempo, met de schouders opgetrokken. Deze houding neigt tot in
elkaar gaan zitten en daardoor tot verergering van de nekklachten.
Mogelijke oorzaken
Als er geen duidelijk letsel of ongeval is geweest, kan de nekpijn worden
veroorzaakt door:
- een ongewone houding;
- een ongewone beweging;
Door een langdurig gefixeerde stand van de nek, waarvan de patiënt
zich niet bewust is geweest en waarvan hij zich pas naderhand bewust
wordt.
Voorbeelden van inspannende houdingen bij het werk zijn o.a.:
- het schilderen van een plafond;
- het boven het hoofd in rekken plaatsen van goederen;
- het op de buik liggen met het hoofd omhoog tijdens het lezen of televisiekijken;
- het doen van een ongewoon karweitje onder emotionele spanning.
De nek
Halswervelkolom
De wervelkolom is een zeer belangrijk steunorgaan van het menselijk lichaam.
Behalve voor de stevigheid van de romp dient dit gedeelte van het skelet
voor de aanhechting van onder meer de rugspieren en de bescherming
van het ruggenmerg, dat veilig opgesloten ligt binnen het wervelkanaal.
De zeven halswervels onderscheiden zich van de andere wervels doordat
zij beweeglijker met elkaar verbonden zijn en lichter gebouwd zijn. Het
wervellichaam is klein, het wervelgat relatief groot. De dwarse uitsteeksels
zijn doorboord, zodat er een kanaaljgevormd wordt voor de wervelslagader, één
van de twee paar slagaders die de hersenen van bloed voorzien.
De bovenste wervel, de eerste halswervel, heet atlas. Het wervellichaam
en het doornuitsteeksel ontbreken bijna geheel. De bovenste twee gewrichtsuitsteeksels
zijn veranderd in kleine kommen, waarin de achterhoofdsknobbels van de
schedel passen en waardoor het hoofd een ja-knikkende beweging kan maken.
De tweede halswervel, de draaier, heeft een tandvormig uitsteeksel op
het wervellichaam. Bij het draaien van het hoofd naar links of rechts
draait de atlas om dit tandvormig uitsteeksel; de draaier zelf blijft
in rust. De tand van de draaier past in een uitholling van het wervellichaam
van de atlas.
Nekpijn
Bronnen van pijn
In de nek bevinden zich vele pijngevoelige weefsels op een betrekkelijk
klein en compact gebied. Pijn kan het gevolg zijn van prikkeling, beschadiging,
ontsteking en zelfs infectie van nagenoeg alle weefsels in dat gebied:
wervelgewrichtjes, tussenwervelschijven, banden, pezen, spieren.
De tussenwervelschijf wordt verondersteld ongevoelig te zijn. In de centrale
kern zijn geen pijngevoelige zenuwvezels aangetroffen. Zo heeft men gevonden
dat, wanneer vloeistof in de kern gespoten wordt, dit geen pijn veroorzaakt.
Verhoging van de druk in een beschadigde of gedegenereerde tussenwervelschijf
daarentegen veroorzaakt wel degelijk pijn.
Die pijn kan echter worden opgeheven door plaatselijke verdoving van
het achterste ligament. Op grond hiervan meent men dat deze gewrichtsband
pijngevoelige vezels bevat die geïrriteerd raken als een opzwellende
tussenwervelschijf ermee in contact komt.
De zenuwwortels die liggen in het wervelkanaal en in de openingen van
dat kanaal zijn uiteraard pijngevoelig. De bekleding van de gewrichtsruimten
is rijkelijk voorzien van gevoelszenuwen.
Als deze weefsels geprikkeld worden, of samengedrukt, of op een andere
manier ontstoken raken, kunnen ze een duidelijke en matig ernstige pijn
veroorzaken.
Ook de spieren kunnen een belangrijke bron van pijn zijn. Pijn kan ontstaan
uit onvoldoende bloedtoevoer naar een spier. Door aanhoudende samentrekkingen
kunnen zich afvalstoffen ophopen in de spier, waardoor de bloedtoevoer
nog verder wordt belemmerd. Deze afvalstoffen zijn prikkelend en spelen
een rol bij de pijnlijke toestand in het nekgebied.
Zowel krachtige spiersamentrekkingen als aanhoudende samentrekkingen
oefenen rek uit op de aanhechtingsplaatsen van spieren en pezen aan het
botvlies. De prikkeling van het botvlies heeft plaatselijke pijn en overgevoeligheid
tot gevolg. Kleine scheurtjes in de spier of scheuren van de pezen of
banden kunnen hetzelfde effect hebben.
Aard van de pijn
Pijn in de nek en vanuit de nekstreek wordt zeer verschillend omschreven
en heeft haar oorsprong in verschillende weefsels en plaatsen. De pijn
kan direct in de nek gevoeld worden of de oorsprong in de nek hebben
en elders worden gevoeld. Vaak wordt de pijn niet op de plaats van oorsprong
gevoeld.
Pijn die ontstaat in het botweefsel of de huid wordt ter plekke gevoeld,
maar pijn uit andere diepere structuren is vager en meer diffuus en kan
op een andere plaats gevoeld worden.
ÉNek- en hoofdpijn kunnen in de nekspieren ontstaan. De zogenaamde spanningsnekspijn
en spanningshoofdpijn vinden hun oorsprong in de nek en het hoofd als gevolg
van verhoogde spanning in de spieren.
Pijn kan gelokaliseerd zijn in plaatsen waar pezen en spieren aan het
bot hechten. De meeste nekspieren gaan niet in pezen over, maar gaan
direct over in weefsel dat weer overgaat in botvlies. Spanning die op
het botvlies wordt uitgeoefend, kan pijn en overgevoeligheid veroorzaken.
Aanhoudende spierspanning, zoals die optreedt bij emotionele spanningen
of door langdurig in eenzelfde houding zitten, zal aanhoudende trek (tractie)
veroorzaken op de plaats van de spieraanhechting.
Een plotselinge spiersamentrekking of peesrekking, zoals dat bij een
ongeval voorkomt, of een plotselinge, onverwachte beweging van het hoofd,
kan een plotselinge tractie veroorzaken, met als gevolg een irritatie
op de plaats van de aanhechting op het botvlies. Dat deze samengetrokken
weefsels inderdaad pijn kunnen veroorzaken als ze gerekt worden, vindt
bevestiging in een onderdeel van de fysiotherapeutische behandeling,
waarbij de pijn vermindert als de verdikkingen van de gewrichtskapsels
verlengd worden door rekoefeningen.
De vermindering van pijn bij beweging gaat tevens gepaard met een toenemende
bewegingsvrijheid, zonder dat er duidelijke wijzigingen in de veranderingsprocessen
van de wervels optreden.
Er is vaak geen duidelijk verband tussen de ernst van de pijn die in
de nek wordt gevoeld en de graad van de wervelveranderingen die bij onderzoek
op de röntgenfoto's of scans wordt gevonden. Soms zijn de klinische
bevindingen van de specialist te zien als duidelijke veranderingen op
de röntgenfoto's of scans, maar niet altijd tot een omvang gelijk
aan de ziekteverschijnselen.
Abrupte of extreme verdraaiing van het hoofd kan er de oorzaak van zijn
dat een of meer paren gewrichtsvlakjes buiten hun normale bewegingsgrenzen
schuiven. Om dat punt te passeren is buitengewone strekking van het kapsel
en verlenging van de gewrichtsbanden nodig; op dat punt verliezen de
gewrichtsoppervlakken hun normale verhouding.
De pijn die dan ontstaat is het gevolg van:
- rekking en scheuring van gewrichtskapsels;
- beschadiging van het botvlies;
- vernauwing van de gaten in het wervelkanaal, waardoor de zenuwen lopen
en dus druk op deze zenuwen en de andere weefsels die door de wervelgaten
passeren.
Stijve nek
Pijn, gevoeligheid en stijfheid kunnen in het nekgebied optreden zonder
dat er objectieve afwijkingen aantoonbaar zijn. Waarschijnlijk is dit
complex van ziekteverschijnselen een veelvoorkomende reactie van de weke
delen (spieren, pezen, bindweefsel, gewrichtskapsel, banden) op zeer
verschillende prikkels die niet aantoonbaar zijn.
Men beschouwt de basis van deze stoornis dan ook wel als van natuurkundig-scheikundige
aard, waarbij de mogelijkheid bestaat dat onder invloed van prikkels
van velerlei aard veranderingen optreden in het vochtgehalte van de weefsels.
De aandoening wordt onder andere gekenmerkt door:
- gevoeligheid;
- stekende pijnen;
- stijfheid, in het gehele nekgebied;
- soms plaatselijke prikkeling en overgevoeligheid;
- de klachten verergeren na rust;
- de klachten zijn het ernstigst na ontwaken.
Bij bewegen neemt de pijn een ogenblik toe, maar de klachten verminderen
gewoonlijk als men in beweging blijft. Later op de dag komt de pijn weer
terug ten gevolge van vermoeidheid. De aangedane gebieden zijn pijnlijk
bij druk en concentreren zich soms als trigger-punten, vanwaaruit de pijn
zich dan verspreidt naar de directe omgeving.
Veelvoorkomende plaatsen in het lichaam zijn, naast de hals, de schouders, lage
rugspieren, bilspieren en soms ook de dijen. De aanvallen kunnen worden veroorzaakt
door verandering van temperatuur of van het weer, door lichamelijke inspanning
of door emoties.
Een stijve nek treedt plotseling op, vaak na een heftige beweging van het halsgedeelte
van de wervelkolom, maar ook wanneer het hoofd gedurende enige tijd in een onnatuurlijke
houding geplaatst wordt, bijvoorbeeld tijdens het slapen, lange ritten in een
auto, het dragen van zware tassen enzovoort. Meestal treedt geen uitstraling
van de pijn naar de schouder of de arm op; wel ziet men vaak verergering van
de pijn bij een hoofdbeweging.
Hernia
In het nekgebied komt bij het klimmen der jaren achteruitgang
(degeneratie) van weefsel voor, zowel van de wervels als van de tussenwervelschijven.
Als het de tussenwervelschijf betreft, wordt al snel gesproken van een
hernia, dikwijls ten onrechte. Het woord “hernia” betekent “breuk” en
vaak is er slechts sprake van een geringe uitpuiling van de centrale kern
van de tussenwervelschijf.
Hoofdkenmerken
Om met de zenuw in contact te komen moet de hernia van de tussenwervelschijf
in de wervelkanaalopening en in zijwaartse richting uitpuilen. Hernia's
worden ingedeeld in weke en harde typen, afhankelijk van het deel van het
materiaal van de tussenwervelschijf dat uitpuilt.
De weke vorm bestaat in hoofdzaak uit materiaal van de centrale kern, die
uit een gelei-achtige massa is opgebouwd. Het harde type bestaat vooral
uit vezels van de ring of buitenwand van de schijf, al dan niet voor een
deel verkalkt. Verkalking van de ring is een normaal voorkomend verouderingsproces.
Het harde type komt het meeste voor.
In het halsgebied is er, in tegenstelling tot het lendegebied, mees_-al
niet sprake van een plotseling optredende hernia, zoals die wordt gezien
na verkeerde bewegingen of tillen. De tussenwervelschijven in het halsgedeelte
van de wervelkolom vertonen veeleer achteruitgang in de vorm, hetgeen bekendstaat
onder de naam degeneratie.
Ouderdom, verkeerde bewegingen en houdingen, letsels en emotionele spanningen
hebben altijd een degenererende werking op de structuur en voeding van
de tus#enwervelschijf. Uiteindelijk ondergaan in de loop der jaren alle
tussenwervelschijven degeneratieve veranderingen van uiteenlopende aard
en gradatie.
Artrose
Artrose (arthrosis deformans) is een ziektebeeld dat vaak
als slijtage wordt aangeduid. Bij veel ouderen zijn op de röntgenfoto
degeneraties van de wervels zichtbaar, echter zonder dat ze bepaalde klachten
geven; bij anderen kunnen zeer geringe afwijkingen reeds een bron zijn
van ernstige nekpijn.
Bij het ouder worden zakt de wervelkolom iets in. Het elkaar naderen van
de wervellichamen doet ook de uitsteeksels en dus de wervelgewrichtjes
dichter naar elkaar toe komen. Door voortdurende irritatie en wrijving
worden deze gewrichtjes ook de plaats van botvormige uitsteeksels (osteofyten
of rand-exostosen).
Deze botvormige uitsteeksels kunnen irritatie geven van de omringende weefsels,
waardoor pijn ontstaat. Het ontstaan van de botvormige uitsteeksels is
vaak een reactie op achteruitgang van botweefsel op andere plaatsen van
de wervel.
Er wordt als het ware een tegengewicht geschapen, hetgeen misschien wel
nuttig is voor de wervel zelf, maar doordat de uitsteeksels scherp en hard
zijn, kunnen ze tot ernstige pijnklachten in de omgeving leiden.
Degeneratieve veranderingen in de halswervels als gevolg van veranderingen
van de tussenwervelschijf veroorzaken ook vernauwing van de wervelgaten,
waardoor druk kan ontstaan op de zenuwen en bloedvaten in deze gaten.
De meeste degeneraties van tussenwervelschijven doen zich voor in het hals-
en lendengedeelte van de wervelkolom, delen die als gevolg van de rechtopgaande
houding van de mens het meest aan spanning onderhevig zijn.
Deze krommingen in de wervelkolom staan onder de sterkste statische spanning;
omdat deze gebieden (krommingen) ook aan de grootste bewegingen onderhevig
zijn, zijn ze tevens de plaatsen van de grootste kinetische of bewegingsspanning.
Spiersyndroom
Soms wordt de pijn niet duidelijk in de nek gelokaliseerd,
maar in het overgangsgebied van de nek en het schouderblad, ter hoogte
van de vrije bovenrand van de monnikskapspier (musculus trapezius).
De monnikskapspier loopt van de rand van het achterhoofd naar de schoudergordel
en het bovenste deel van de wervelkolom.
De spier speelt een belangrijke rol bij de achterwaartse beweging van hoofd
en schoudergordel.
De pijn kan uitstralen naar boven, in de richting van het achterhoofd en,
minder frequent, naar het gebied dat tussen de schouderbladen ligt. Meestal
gaat het om een knagende pijn die gepaard gaat met een gevoel van vermoeidheid.
|
|